Geronseld

Of het nu Franciscanen, Salvatorianen, Benedictijnen of Spiritijnen waren: iedere orde met een internaat had een pater-propagandist die jongens met een mogelijke roeping moest ronselen voor de eigen kostschool. Meestal informeerden ze bij (dorps)pastoors naar families met vrome misdienaars van een jaar of elf, twaalf. Die werden vervolgens vereerd met een bezoek. Het advies dat de pastoors aan de betrokken families gaven, woog zwaar. Of zij gevoelig waren voor de wijn en de sigaren van de ronselende paters, is mij niet bekend. Mijn ouders kregen bezoek van verschillende ordes. Dat zij voor het Missiecollege kozen, had te maken met hun boekhouder: diens zoon zat al enkele jaren in Lier. Zin om op internaat te gaan, had ik hoegenaamd niet. Pater van der V, de propagandist van de Spiritijnen, probeerde mij te paaien met verhalen over het voetballen in het Missiecollege: de kadettenploeg speelde volgens hem in witte shirts, rode broekjes en rode kousen. Het volledige tenue bleek achteraf uit behoorlijk versleten blauwe truitjes te bestaan. Met een rood kraagje, dat wel.

Staande, uiterst rechts, tussen keeper en pater S: moi.